Beschrijving kaartlaag
Deze kaartlaag vermeldt voor R23 het energieverbruik voor koeling (koude-levering)(H05).
De koudevraag neemt in de komende jaren toe omdat de gemiddelde buitentemperatuur stijgt door klimaatverandering.
In woningen worden geen maatregelen verondersteld om aan die vraag te voldoen, omdat niet
duidelijk is welke maatregelen daarvoor zullen worden gekozen. Omdat in toekomstige
berekeningen wel te kunnen, is aanvullend onderzoek nodig. Het gaat hier dus om een
theoretische, functionele koudevraag, waar - in onze berekeningen - geen elektriciteitsvraag uit
voortkomt. Kortom, er worden nog geen maatregelen genomen om tot koude-levering te komen.
Uitzondering zijn varianten van S3 waar in de zomer koude wordt geleverd uit een WKO-systeem
als onderdeel van het warmtenet.
In bepaalde typen bedrijfsgebouwen, zoals zorginstellingen, winkels en kantoren, worden wel
maatregelen genomen om te koelen. Dat is onderdeel van het normale bedrijfsproces. De kosten
van die maatregelen en het bijbehorende energieverbruik zijn opgenomen in de berekeningen.
Buurten met een substantiƫle koudevraag naast een warmtevraag zijn geschikt voor toepassing
van WKO-systemen, mits de ondergrond daarvoor geschikt is. Gebouwen met een koudevraag
kunnen efficiƫnt gebruikmaken van warmtepompen die in beperkte mate ook voor koeling kunnen
worden ingezet. Dat stelt wel weer eisen aan het warmteafgiftesysteem in gebouwen:
vloerverwarming is meer geschikt dan LT-radiatoren.
Deze kaartlaag is onderdeel van de berekening Energieverbruik (H01) :=
ruimteverwarming (H02) +
warm tapwater (H03) +
ventilatie (H04) +
koude (H05) +
apparaten en licht (H06). Energieverbruik (H01) is exclusief de omgevingswarmte die in de gebouwen wordt
benut (zie energielevering (H08) en energielevering overig (H14). Tenslotte zijn energieverbruik (H01) en energielevering (H08) altijd gelijk
aan elkaar.
Wijziging ASA2026: voor de overheadkosten van aardgas in het Referentiebeeld 2023 wordt nu aangesloten bij de Klimaat- en Energieverkenning 2024. Dit raakt alleen de kosten van het Referentiebeeld 2023, niet de nationale meerkosten.
Gerelateerde kaartlagen