Openen in Map Viewer

Beschrijving kaartlaag

Deze kaartlaag vermeldt voor S4 hoeveel 2030 jaarlijks extra kost ten opzichte van het referentiebeeld in 2030. Deze indicator geeft eigenlijk aan hoeveel het jaarlijks per strategie kost om de CO2-uitstoot tot nul te reduceren. De werkelijke kosten kunnen afwijken. Met behulp van gevoeligheidsanalyses (paragraaf 4.2.5) geven we aan wat de gevolgen zijn voor de (extra) nationale kosten als ontwikkelingen op het gebied van kostenreductie en energiekosten tot 2030 afwijken van de centrale veronderstellingen. De totale extra nationale kosten zijn uit te splitsen in de kosten in de vorm van kapitaalslasten (K10) en in de vorm van variabele kosten (K18).

Gerelateerde kaartlagen

Beschrijving strategie 4

Strategie 4 is een strategie op basis van duurzaam gas: groengas of waterstof. Deze strategie heeft 2 varianten: 4a en 4b.

Variant S4a
Bij variant S4a worden de gebouwen tot schillabel B geïsoleerd. Binnen het gebouw wordt een hybride warmtepomp geplaatst, die warmte levert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet te worden aangepast. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. De levering van aardgas wordt vervangen door de levering van groengas of waterstof. Indien gebruik wordt gemaakt van waterstof zijn aanpassingen nodig aan de gebouwinstallaties en de gasinfrastructuur.

Variant S4b
Bij variant S4b worden de gebouwen tot schillabel D geïsoleerd. Binnen het gebouw wordt een hybride warmtepomp geplaatst, die warmte levert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet te worden aangepast. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. De levering van aardgas wordt vervangen door de levering van groengas of waterstof. Indien gebruik wordt gemaakt van waterstof zijn aanpassingen nodig aan de gebouwinstallaties en de gasinfrastructuur.

Beschrijving referentiebeelden R23 en R30

De actualisatie startanalyse 2024 maakt gebruik van twee referentiebeelden: één voor de huidige situatie (startjaar 2023) en één voor de referentiesituatie in 2030. De kosten van de aardgasvrije strategieën, maar ook de kosten van de huidige situatie (2023) worden afgezet ten opzichte van het referentiebeeld 2030. Dit noemen wij de extra nationale kosten van strategieën in 2030 (of van de huidige situatie in 2023) t.o.v. het referentiebeeld 2030.