Openen in Map Viewer

Beschrijving kaartlaag

Deze kaartlaag vermeldt voor S3 het energieverbruik voor koeling (koude-levering)(H05). De koudevraag neemt in de komende jaren toe omdat de gemiddelde buitentemperatuur stijgt door klimaatverandering. In woningen worden geen maatregelen verondersteld om aan die vraag te voldoen, omdat niet duidelijk is welke maatregelen daarvoor zullen worden gekozen. Omdat in toekomstige berekeningen wel te kunnen, is aanvullend onderzoek nodig. Het gaat hier dus om een theoretische, functionele koudevraag, waar - in onze berekeningen - geen elektriciteitsvraag uit voortkomt. Kortom, er worden nog geen maatregelen genomen om tot koude-levering te komen. Uitzondering zijn varianten van S3 waar in de zomer koude wordt geleverd uit een WKO-systeem als onderdeel van het warmtenet.

In bepaalde typen bedrijfsgebouwen, zoals zorginstellingen, winkels en kantoren, worden wel maatregelen genomen om te koelen. Dat is onderdeel van het normale bedrijfsproces. De kosten van die maatregelen en het bijbehorende energieverbruik zijn opgenomen in de berekeningen.

Buurten met een substantiële koudevraag naast een warmtevraag zijn geschikt voor toepassing van WKO-systemen, mits de ondergrond daarvoor geschikt is. Gebouwen met een koudevraag kunnen efficiënt gebruikmaken van warmtepompen die in beperkte mate ook voor koeling kunnen worden ingezet. Dat stelt wel weer eisen aan het warmteafgiftesysteem in gebouwen: vloerverwarming is meer geschikt dan LT-radiatoren.

Deze kaartlaag is onderdeel van de berekening Energieverbruik (H01) := ruimteverwarming (H02) + warm tapwater (H03) + ventilatie (H04) + koude (H05) + apparaten en licht (H06). Energieverbruik (H01) is exclusief de omgevingswarmte die in de gebouwen wordt benut (zie energielevering (H08) en energielevering overig (H14). Tenslotte zijn energieverbruik (H01) en energielevering (H08) altijd gelijk aan elkaar.

Gerelateerde kaartlagen

Beschrijving strategie 3

Strategie 3 is een strategie op basis van een warmtenet met lagetemperatuurbron. Deze strategie heeft acht varianten: S3a, S3b, S3c, S3d, S3e, S3f, S3g, S3h..

Variant S3a
Bij variant S3a wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed met lagetemperatuurwarmtebronnen, bijvoorbeeld restwarmte uit een datacenter. De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. De warmte wordt bij woningen en gebouwen geleverd op een temperatuurniveau van 15-30˚C. Binnen het gebouw wordt een combiwarmtepomp geplaatst, die de warmte op individueel gebouwniveau opwaardeert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren worden vervangen door lagetemperatuurradiatoren. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3b
Bij variant S3b wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. De warmte wordt bij woningen en gebouwen geleverd op een temperatuurniveau van 15˚C. Binnen het gebouw wordt een combiwarmtepomp geplaatst, die de warmte op individueel gebouwniveau opwaardeert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren worden vervangen door lagetemperatuurradiatoren. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3c
Bij variant S3c wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. De warmte wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd tot 70˚C voordat het aan gebouwen geleverd wordt. Met dit isolatieniveau is de warmte direct geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3d
Bij variant S3d wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. De warmte wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd tot 50˚C voordat het aan gebouwen geleverd wordt. Met dit isolatieniveau is de warmte direct geschikt voor ruimteverwarming. Voor warm tapwater wordt een boosterwarmtepomp ingezet om de temperatuur naar een niveau op te waarderen dat geschikt is voor warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3e
Bij variant S3e wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. Voor regeneratie van het WKO-systeem wordt thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) gebruikt. De warmte wordt bij woningen en gebouwen geleverd op een temperatuurniveau van 15˚C. Binnen het gebouw wordt een combiwarmtepomp geplaatst, die de warmte op individueel gebouwniveau opwaardeert tot 50˚C. Met dit isolatieniveau is de warmte direct geschikt voor ruimteverwarming. Voor warm tapwater wordt een boosterwarmtepomp ingezet om de temperatuur naar een niveau op te waarderen dat geschikt is voor warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3f
Bij variant S3f wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed met lagetemperatuurwarmtebronnen, bijvoorbeeld restwarmte uit een datacenter. De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. De warmte wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd tot 70˚C voordat het aan gebouwen geleverd wordt. Met dit isolatieniveau is de warmte direct geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3g
Bij variant S3g wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. De warmte wordt bij woningen en gebouwen geleverd op een temperatuurniveau van 15˚C. Binnen het gebouw wordt een combiwarmtepomp geplaatst, die de warmte op individueel gebouwniveau opwaardeert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S3h
Bij variant S3h wordt het gebouw verwarmd met een zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet gevoed met een warmte-koudeopslag (WKO)-systeem. De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. De warmte wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd tot 70˚C voordat het aan gebouwen geleverd wordt. Met dit isolatieniveau is de warmte direct geschikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet vervangen te worden. Het elektriciteitsnet moet voor deze variant mogelijk verzwaard worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.