Openen in Map Viewer

Beschrijving kaartlaag

Deze kaartlaag vermeldt voor S2 de jaarlijkse extra nationale kosten per woningequivalent in 2030. Let wel: dat zijn níet de kosten die een woningeigenaar moet betalen. Een (nu nog onbekend) deel van die kosten wordt door anderen betaald, zoals energiebedrijven en verhuurders (die investeringen doen) of overheden (die bijvoorbeeld subsidies verstrekken). Die kosten kunnen wel geheel of gedeeltelijk worden doorberekend in tarieven voor energielevering of belastingen aan eindverbruikers (maar dat blijft hier verder buiten beschouwing). Het aantal woningequivalenten in een buurt is gelijk aan het aantal woningen in buurt plus het aantal woningequivalenten van utiliteitsgebouwen in die buurt. Utiliteitsgebouwen worden omgerekend in woningequivalenten door 130 m2 aan utiliteitsoppervlakte (bruto vloeroppervlak) gelijk te stellen aan één woningequivalent.

Door de kosten per woningequivalent te vermelden, kunnen de kosten van strategieën gemakkelijker worden vergeleken met kosten in andere buurten. Verschillen tussen buurten worden veroorzaakt door verschillen in de huidige samenstelling van de gebouwvoorraad (aantallen en typen gebouwen, ruimtelijke spreiding) en door verschillen in isolatieniveaus en de beschikbaarheid en nabijheid van energiebronnen.

Voor de vergelijking van de kosten van strategieën binnen één buurt maakt het niet uit of deze kosten worden uitgedrukt als Extra nationale kosten (H16), Extra nationale kosten per ton CO2- reductie (H17) of Extra nationale kosten per woningequivalent (H18). Elke strategie wordt namelijk voor eenzelfde hoeveelheid woningequivalenten uitgevoerd. Het kan handig zijn om kosten ook per woningequivalent weer te geven. Dat is namelijk een eenheid waar mensen zich iets bij kunnen voorstellen: euro per gemiddelde woning. Zoals aangegeven, het is echter niet zo dat de woningeigenaar die gemiddelde nationale kosten helemaal zelf moet betalen. Het gaat hier om alle kosten van de strategie, zowel kosten aan een gebouw als kosten aan energienetwerken buiten de gebouwen.

Gerelateerde kaartlagen

Beschrijving strategie 2

Strategie 2 is een strategie op basis van een warmtenet met een midden- tot hogetemperatuurbron. Deze strategie heeft zes varianten: S2a, S2b, S2c, S2d, S2e, S2f.

Variant S2a
Bij variant S2a wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door warmtebronnen met warmte van 70°C of hoger, zoals bijvoorbeeld restwarmte van de industrie. De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd..

Variant S2b
Bij variant S2b wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door geothermiebronnen die aardwarmte leveren van 70°C of hoger. Niet overal in Nederland is bekend of de ondergrond daarvoor geschikt is. In deze variant wordt alleen gebruikgemaakt van gebieden waar voldoende informatie over de ondergrond beschikbaar is.* De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S2c
Bij variant S2c wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door geothermiebronnen die aardwarmte leveren van 70°C of hoger. In deze variant worden ook gebieden meegenomen in de berekening waarvan niet bekend is of de ondergrond geschikt is voor geothermie.* De gebouwen worden tot schillabel B geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S2d
Bij variant S2d wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door warmtebronnen met warmte van 70°C of hoger, zoals bijvoorbeeld restwarmte van de industrie. De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S2e
Bij variant S2e wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door geothermiebronnen die aardwarmte leveren van 70°C of hoger. Niet overal in Nederland is bekend of de ondergrond daarvoor geschikt is. In deze variant wordt alleen gebruikgemaakt van gebieden waar voldoende informatie over de ondergrond beschikbaar is.* De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.

Variant S2f
Bij variant S2f wordt het gebouw verwarmd met een warmtenet gevoed door geothermiebronnen die aardwarmte leveren van 70°C of hoger. In deze variant worden ook gebieden meegenomen in de berekening waarvan niet bekend is of de ondergrond geschikt is voor geothermie.* De gebouwen worden tot schillabel D geïsoleerd. Met dit isolatieniveau is de warmte met het temperatuurniveau van 70°C direct geschikt voor zowel ruimteverwarming als warm tapwater. Hierdoor hoeven de standaardradiatoren niet aangepast te worden. Het elektriciteitsnet hoeft voor deze variant niet verzwaard te worden. Ten slotte worden het gasnet en alle gasaansluitingen verwijderd.